Rapport over fiscale milieuheffingen

Dit rapport begint met een contextbeschrijving, waarin aan bod komen: de klimaatdoelstellingen van België, de begrotingsbeperkingen, de verdeling van de bevoegdheden op milieugebied tussen de verschillende bestuursniveaus en de invoering van het ETS 2-systeem voor de bouw- en wegvervoerssector. Het rapport spitst zich toe op fiscale maatregelen. Hoewel ze ook deel uitmaken van het globale kader, worden geen milieusubsidies behandeld die uitsluitend onder de bevoegdheid van de gewesten vallen.

Vervolgens worden de fiscale stimulansen in drie domeinen onderzocht. Het eerste deel betreft fiscale stimulansen voor huishoudens op het gebied van huisvesting. Er wordt een analyse gemaakt van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen in België, gevolgd door een internationale vergelijking met Italië, Frankrijk, Duitsland en Zweden. Daaruit blijkt dat de meeste van deze landen dit soort fiscale stimulansen hebben afgeschaft omdat de budgettaire kosten ervan te hoog werden geacht. Vaak werden ze vervangen door directe subsidies, die als meer gericht en beter beheersbaar worden beschouwd. Terwijl de behoeften aanzienlijk blijven, valt het tempo van energiebesparende renovatie in België te traag uit om de klimaatdoelstellingen te halen.

Het tweede deel heeft betrekking op fiscale stimulansen in verband met de mobiliteit van huishoudens. In België heeft het Vlaamse Gewest het systeem van premies voor de aankoop van elektrische voertuigen afgeschaft, net als Frankrijk, Duitsland en Nederland. Uit de analyse komen verschillende belemmeringen voor de ontwikkeling van de elektrische auto naar voren, met name de lage dichtheid van het netwerk van oplaadpunten in bepaalde delen van België en het beperkte inzicht van automobilisten in de capaciteit van de accu's. Deze factoren verklaren mee de stagnatie van het marktaandeel van elektrische voertuigen bij particulieren, zowel in België als in heel Europa, waardoor de transitie-doelstellingen van de sector in gevaar komen.

Ten slotte is het derde deel gewijd aan fiscale stimulansen voor energiebesparing bij bedrijven. De nota analyseert de regelingen die van kracht zijn in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Denemarken en vergelijkt deze met de investeringsaftrek in België. Het blijkt dat dit mechanisme door Belgische kmo's weinig wordt gebruikt en in zijn huidige vorm onvoldoende effectief is om duurzame investeringen in het ondernemingsweefsel te ondersteunen.

Auteur(s)

Afdeling "Fiscaliteit en Parafiscaliteit"

Datum